Op de Linge gelden de regels van het Binnenvaart Politie Reglement (BPR). Hierin staan onder andere de uitwijkbepalingen en de voorschriften omtrent verlichting beschreven. Over het algemeen geldt dat je op het water goed zeemanschap moet vertonen, en in het kort zijn voor roeiboten dan de volgende regels het meest belangrijk:
- Altijd zoveel mogelijk stuurboordwal houden.
- Altijd uitwijken voor grote schepen (beroepsvaart én rondvaartboten).
- Kleine schepen (korter dan 20 meter) mogen elkaar zowel links als rechts voorbij varen indien daar ruimte voor is.
- Bij het naderen op tegengestelde koers uitwijken voor zeilende zeilschepen. Dit geldt ook bij kruisen, tenzij wij uiterst rechts varen.
- Keren en oversteken alleen zonder andere boten te hinderen.
- Kleine schepen mogen elkaar bij het in- en uitvaren van havens niet hinderen. Stroomopvarende schepen hebben hierbij voorrang.
- In een engte hebben stroomafvarende schepen voorrang.
- Voor roeiboten onderling geldt de beleefdheidscode dat oefenboten en wherry’s uitwijken voor gladde boten. Boten zonder stuurman hebben altijd voorrang!
In principe wijken roeiboten voor zeilboten, en wijken motorboten voor roeiboten én zeilboten. Echter, geef voorrang als je het niet krijgt, het voorkomen van een botsing is belangrijker dan wat de regels zeggen. Vaar daarnaast zelf altijd een duidelijk voorspelbare koers, kijk regelmatig om als je ongestuurd roeit (of maak gebruik van een spiegeltje), draag indien nodig een reddingsvest, en zorg ervoor dat je goed zichtbaar bent voor anderen.
